


In de krant De Tijd van vrijdag 7 februari gaf een leerling uit het zevende jaar een getuigenis over zijn spijbelprobleem. Journaliste Sarah Lamote pende het artikel neer.
‘Kom donderdagochtend naar onze school’, stelt Ludo Viaene, directeur van de technische school VTI in Oostende, voor. ‘We zien dan wel of Dani (schuilnaam) is komen opdagen. Als hij niet in de les zit, is hij sowieso thuis.’
Dani is een seriespijbelaar. En zo zijn er almaar meer. Hij behoort tot de bijna 17.000 middelbare scholieren – 1 op de 28 – die in het schooljaar 2023-2024 meer dan 30 halve dagen ongewettigd afwezig waren in Vlaanderen. Dat is een record. In het voltijds regulier onderwijs ligt het aantal spijbelaars zelfs ruim 71 procent hoger dan vijf jaar geleden.
Elke schooldirecteur die we aan de lijn hebben, kan uit het blote hoofd een lijst spijbelaars opsommen. Directeurs uit Brussel, Antwerpen en West-Vlaanderen hebben het zelfs over kinderen van 12 en 13 jaar op wie ze amper nog vat op hebben. We proberen de 18-jarige Dani te spreken, want als meerderjarige kan hij zelf beslissen of hij een interview wil geven.
Als we aankomen op de Oostendse school is Dani er niet. ‘Goed voor het artikel, minder voor de school’, zucht de directeur. Dani woont om de hoek. Samen met Viaene bellen we aan bij een voordeur zonder huisnummer. ‘Ah, dag kerel’, zegt hij wanneer Dani zelf de deur opent. ‘Aan het spijbelen, ja?’ Dani kijkt niet echt aangedaan. ‘Maar meneer,’ zegt hij onmiddellijk, ‘ik spijbel toch niet, ik zit gewoon thuis.’
‘Call of Duty’
Dani, die op de schoolbanken van het zesde middelbaar schilderen en decoratie hoort te zitten, wil wel uitleggen waarom hij spijbelt. De directeur vertrekt weer naar school en wij mogen binnenkomen. De jongen, die een blauwe muts draagt waaronder lichtbruine haarlokken piepen, gaat achter zijn computer zitten die op de salontafel is geïnstalleerd. ‘Ik was net ‘Call of Duty’ aan het spelen’, zegt hij zonder verpinken.
Volgens Dani – die een rustige, bijna bedeesde jongen blijkt te zijn – is er niet zo veel aan de hand. Volgens hem ligt het probleem bij zijn uitslaapgedrag. ‘Ik hoor mijn wekker niet. Wanneer ik wakker word, is het niet meer de moeite om nog naar school te gaan.’ Volgens hem blijft hij minstens vier keer per maand thuis. Vanmorgen had hij zich weliswaar niet verslapen. ‘Ik had een verstopte neus en ga straks naar de dokter. Die geeft wel een briefje.’
Als Dani spijbelt, gaat hij nooit op café of hangt hij rond in de stad. ‘Ik blijf gewoon binnen om te gamen.’ Dani wil schilder worden, maar vindt school saai. ‘Soms moeten we lang stilzitten, zeker bij de lessen PAV (vak in het bso met een mix van aardrijkskunde, biologie, geschiedenis, wiskunde en Nederlands, red.)‘
Bijklussen als maaltijdkoerier
Dani zegt dat hij vooral een motivatieprobleem heeft, al lijkt er meer te spelen. Sinds zijn 16de doet hij studentenarbeid. Omdat het gezin het niet breed heeft en hij veel zelf moet bekostigen – van kleding tot het belegd broodje over de middag – is hij maaltijdbezorger voor Takeaway.com. ‘Ik werk ’s avonds van half vijf tot half elf. Soms zijn het maar twee dagen in de week, soms vijf, behalve als ik voor de kindjes van mijn zus moet zorgen.’
Ik werk elke week twee tot vijf dagen, behalve als ik voor de kindjes van mijn zus zorg.
Dani
Spijbelende leerling
Die zorg blijkt niet min, al ziet Dani dat niet als een reden voor zijn spijbelgedrag. Omdat zijn zus in shiften werkt, nemen zijn moeder en hij zelf een deel van de zorg over. ‘Mijn mama gaat ze straks van school halen en dan kijken we samen YouTube-filmpjes’, zegt Dani.
Wanneer zijn zus een late shift heeft, brengt Dani de kinderen weer naar huis. ‘Eerst eten we hier, samen met mijn mama en papa’, zegt Dani. ‘Ik ben daarnet nog grote boodschappen gaan doen in de Aldi, want anders is dat te zwaar voor mijn ouders. We eten macaroni.’
Armoede
Het verhaal van Dani toont voor Viaene hoe complex de problematiek is. ‘We zijn streng voor spijbelen, maar ik kan leerlingen moeilijk aan hun stoel vastbinden.’ Als Dani spijbelt, moet hij naar de inhaalstudie op woensdagnamiddag, maar ook daar stuurt hij soms zijn kat omdat hij thuis wil zijn voor zijn familie, zegt hij.
Dat het complex is, is ook te horen bij andere directeurs. Sommige jongeren blijven thuis omdat ze moeten tolken voor ouders of nemen de zorg van familieleden op, anderen zijn schoolmoe of aarden niet in de klas, nog anderen werken te veel. ‘Zeker sinds corona is het alle remmen los bij interimkantoren. Ze bellen onze jongeren zelfs overdag’, zegt Christine Hannes, directeur van de Spectrumschool in Antwerpen. ‘Dan staan ze voor de keuze: 100 euro verdienen of naar de turnles gaan.’
Soms gaat het om een mix van redenen, zoals bij Dani. ‘Vaak zijn er onderliggende problemen, denk aan armoede, drugsproblemen, integratie, huisvesting en welzijn’, zegt Kris Van den Bossche, specialist onderwijsloopbaan bij het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB), dat donderdag aan de alarmbel trok. Het CLB pleit daarom voor een geïntegreerde aanpak, waarbij ook welzijnsactoren betrokken worden.
Ondertussen heeft de Vlaamse regering beslist dat ze zal ingrijpen. Van hardleerse spijbelaars wordt na een jaar een deel van de schooltoeslag – jaarlijkse steun voor gezinnen met lage inkomens – afgenomen. ‘Onzin’, zegt Hannes. ‘Scholen moeten korter op de bal kunnen spelen. Bij het geven van sancties, maar vooral voor begeleidingsopties: denk aan verplichte gezinsbegeleiding. Scholen kunnen dat onmogelijk alleen.’
*Dani wilde graag anoniem blijven.